ISHIKAWA

Omschrijving

Een hulpmiddel dat bedoeld is om mogelijke oorzaken van problemen in kaart te brengen. Deze methode werd ontwikkeld door Kaoru Ishikawa.

Wanneer

In de fase Analyseren oorzaken.

Doelen

Op een gestructureerde wijze brainstormen over een probleem/onderwerp.

 Stappen

  1. Teken een Ishikawa op een groot stuk papier.
  2. Schrijf het probleem, waarop de analyse wordt uitgevoerd, op het papier.
  3. Elke deelnemer noemt één mogelijke oorzaak voor het probleem en geeft daarbij aan in welke categorie deze oorzaak thuishoort. Er mag geen commentaar op elkaars oorzaken worden gegeven. Alle genoemde oorzaken worden in het diagram opgenomen.
  4. Ook noemen de deelnemers mogelijke sub-oorzaken. Deze sub-oorzaken worden als zijtakken in het diagram opgenomen. Er wordt net zo lang doorgegaan totdat er geen mogelijke oorzaken meer worden genoemd.
  5. Het Ishikawa-diagram wordt door alle deelnemers kritisch bekeken. Er wordt gekeken of de mogelijke oorzaken bij de juiste categorie staan en of bepaalde oorzaken gerelateerd of afgeleid zijn van andere oorzaken.
  6. Er wordt gestemd wat de meest waarschijnlijke oorzaken zijn. Van de oorzaken met de meeste stemmen wordt een ‘top 3’ gemaakt. Deze drie oorzaken worden omcirkeld. De oorzaken zonder stem worden geschrapt.
  7. Vanuit de ‘top 3’-oorzaken wordt gekeken wat de prioriteitsvolgorde is. De mogelijke oorzaak met de hoogste prioriteit wordt als eerste nader onderzocht en aangepakt. Daarna volgen de tweede en de derde oorzaak.

Tips:

  • Je kunt de groep ook zelf de indeling van de visgraatdiagram laten bepalen.
  • Soms is het handig om de deelnemers eerst zelf te laten nadenken en pas daarna plenair de Ishikawa te vullen.

 Voorbeelden

Figuur: Format Ishikawa / Visgraatdiagram.

Figuur: Voorbeeld Ishikawa / Visgraatdiagram

De indeling van de (grond)oorzaken in een visgraatdiagram is geen vast gegeven. Zo zijn er bijvoorbeeld de volgende indelingen te maken:

  • 6 M’en: Machine, Method, Materials, Measurement, Man and Mother Nature (Environment) .
  • Of een variant hiervan: middelen, proces, mensen, materialen, omgeving en management.
  • 8 P’s: Price, Promotion, People, Processes, Place/Plant, Policies, Procedures and Product (or Service).
  • 4 S‘en: Surroundings, Suppliers, Systems and Skills.

For more questions on this topic

+31 6 20 49 09 82 Andre van Hofwegen